Citeren als:

An De Schrijver, Ellen De Vrieze, Stefanie Delarue en Jan Mertens (2022). Website Biodivers Zorggroen HOGENT, www.biodiverszorggroen.be en www.biodiverszorggroen.nl

Dieren vormen een belangrijk onderdeel van de biodiversiteit. De meeste diersoorten die in een tuin voorkomen komen daar toevallig terecht of werden aangetrokken door de aanwezige biotopen en de aanwezige plantensoorten. Deze diersoorten vormen onderdeel van de ongeplande of de geassocieerde biodiversiteit.

Maar hoe kunnen we onze tuinen zodanig ontwerpen, aanleggen en beheren dat deze dieren er ook echt hun thuis vinden? Dat was een vraag waarover we ons als team bogen om advies te kunnen geven over diervriendelijke biodiverse tuinen. We gingen hiervoor ten rade in het interessante boek We ontdekten in dit boek het concept Animal Aided Design (ADD).

Om een vogelvriendelijke tuin te ontwerpen hebben we ecologische kennis nodig van alle hulpbronnen die tuinvogelsoorten (vb. winterkoning op de foto) nodig hebben en dit tijdens alle fasen van hun leven. Een doorgedreven levenscyclusanalyse kan daar bij helpen. Foto via Pixabay

Sprinkhanen worden aangetrokken en blijven hangen in een graslandje dat niet te vaak gemaaid wordt. Mezen, distelvinken en vinken trekken in de winter naar plaatsen waar bessen en zaadjes te vinden zijn. De eikenpage voelt zich goed in tuinen met eiken in de haag of houtkant of als boom, het oranjetipje in tuinen met een bloemrijk graslandje met pinksterbloemen.

Door een goede keuze aan biotopen en plantensoorten vergroot je dus de kans dat deze geassocieerde diersoorten spontaan in de tuin komen, maar uiteraard hangt ook veel af van de ruimere omgeving waarin de tuin zich bevindt. In een tuin gelegen middenin de stad is de kans kleiner dat salamandersoorten tot in jouw tuinvijver geraken dan in een tuin op het platteland. Heb je een boomrijke tuin in een vrij bosrijke omgeving, dan is de kans groot dat eekhoorns, grote bonte spechten en boomklevers spontaan langskomen.

Animal Aided Design vertrekt van een doorgedreven analyse van de levenscyclus van dieren. Door het vergaren van ecologische kennis over de hulpbronnen die dieren nodig hebben in elke fase van hun leven kan een tuin ontworpen en aangelegd worden die al deze hulpbronnen aanreikt, en dus in sé diervriendelijk is. Hulpbronnen zijn alle noodzakelijke voorwaarden of behoeften die dieren nodig hebben om te kunnen overleven: voedsel, nest- en schuilgelegenheid, plaats om te overwinteren, …

Een volwassen merel heeft andere behoeften dan een mereljong, een winterkoninkje heeft andere noden dan een boomklever.  Voor vlinders geldt hetzelfde: een volwassen atalanta heeft andere noden dan haar rups en een oranjetipje heeft andere behoeften dan een bont zandoogje. Je kan dus niet alle tuinvogels of alle tuinvlinders over dezelfde kam scheren, en hulpbronnen voor vogels zijn anders dan die voor vlinders, die weer anders zijn dan van sprinkhanen.  Als je echt een diervriendelijke tuin wil ontwerpen en creëren moet je dus kennis hebben van alle noden in elke fase van het leven van verschillende diersoorten.

Ook libellen stellen specifieke eisen aan hun omgeving. Deze Keizerlibel legt haar piepkleine eitjes in het water. (Foto via Pixabay)

Daarom zijn we voor het ontwerp van onze diervriendelijke tuinen vertrokken van een volledige levenscyclusanalyse van de soorten die te verwachten zijn in tuinen. De tuin, of beter nog, de tuin inclusief de ruimere omgeving, moet in alle levensbehoeften van dieren voorzien, en dit tijdens de ganse levenscyclus van het dier. Ligt je tuin in een omgeving waarin al veel van deze hulpbronnen aanwezig zijn, dan hoeft jouw tuin op zich minder hulpbronnen te voorzien.

Zo bekwamen we voor een set aan vogels, dagvlinders, nachtvlinders, libellen, salamanders en een aantal zoogdieren die veel voorkomen in tuinen een volledig overzicht van de kritische vereisten qua voedsel, nestplaats, habitat, overwinteringsplek, … en dit dus op elk moment van hun ontwikkeling en in elk jaargetijde. Zie hieronder voor de linken naar al onze artikels.

De afwezigheid van cruciale hulpbronnen die een dier nodig heeft in een bepaalde fase van zijn leven kan er immers voor zorgen dat het dier in een ecologische val terecht komt. En dat moeten we vermijden als we de biodiversiteit in onze tuin én in de ruimere omgeving willen verhogen. Lees er meer over in ons artikel ‘Dieren in een ecologische val‘.

Vorige Volgende