Citeren als:

An De Schrijver, Stephanie Delarue en Jan Mertens (2022). Het belang van een gezonde bodem in een biodiverse tuin. Website Biodivers Zorggroen HOGENT, www.biodiverszorggroen.be of www.biodiverszorggroen.nl

Twee derde van de biodiversiteit op aarde leeft onder onze voeten. Maar die ondergrondse wereld is nog voor een groot stuk onbekend. Er is al veel kennis over welke soorten er leven in de bodem, maar wat ze daar precies doen is vaak nog een raadsel. Er komt echter meer en meer besef dat het bodemleven sturend is voor het goed functioneren van wat bovengronds leeft. In de wetenschappelijke wereld gebeuren meer en meer studies, en ook in de praktijk van landbouw en natuur- en bosbeheer komt er meer aandacht en praktijkgericht advies. Het ploegen van bodems en het gebruik van kunstmest, herbiciden en pesticiden binnen de land- en tuinbouwpraktijk wordt kritischer dan ooit onder de loep genomen o.a. omwille van de significante impact op het bodemleven. Bosbeheerders gaan veel meer dan vroeger boomsoorten planten die zorg dragen voor de bodem. Ook binnen het natuurbeheer is er besef dat de ondergrondse biodiversiteit sturend is voor de bovengrondse en het beheer er ook moet op afgestemd worden.

Ook in tuinen is een gezonde bodem cruciaal voor het goed functioneren van de biotopen die er voorkomen. In dit artikel leggen we uit wat wij verstaan onder ‘een gezonde bodem’ en waarom dat dat dan zo belangrijk is.

Onder onze voeten leven miljoenen organismen die bepalen hoe het bovengrondse leven er uit ziet. De allerkleinste onder hen, het microbieel leven is niet enkel van belang voor biodiversiteit en voedselvoorziening, ook onze gezondheid is er gebaat mee. Bodembacteriën waar we als kind mee in aanraking komen beschermen waarschijnlijk tegen allergieën (Foto: Vildaphoto – Lars Soeninck)

Een hoge diversiteit aan planten zorgt voor een hoge diversiteit aan dieren

Vooraleer we het verhaal brengen over wat zich afspeelt in de bodem, moeten we eerst toch nog even bovengronds kijken. Elke soort plant of dier die in een biotoopje voorkomt heeft daar een bepaalde rol te vervullen. In een tuin zijn zowel het bloemrijk graslandje, de haag, het bosje en de vijver aparte biotoopjes met elk een aantal plantensoorten. Deze planten vormen het basisvoedsel voor heel wat soorten plantenetende dieren of zogenaamde herbivoren: de rupsen van dag- en nachtvlinders en sprinkhanen knabbelen van blaadjes en knoppen, wilde bijen, dag- en nachtvlinders en zweefvliegen snoepen van het nectar van bloemen, vogels zoeken naar bessen en zaadjes en eekhoorns naar noten. De planten vormen zo een belangrijke basislaag van een biotoop. Hoe diverser, hoe meer soorten er hun voedsel vinden.

Herbivoren kunnen op hun beurt gegeten worden door andere dieren. Dat noemen we vleesetende dieren of carnivoren. Vogels zoeken allerlei kleine beestjes voor hun jongen in het voorjaar, kikkers, padden en salamanders, libellen en juffers eten eveneens allemaal kleine ongewervelde diertjes. Hoe meer verschillende soorten herbivoren, hoe meer carnivoren er op hun beurt voedsel vinden. En ook deze carnivoren zijn op hun beurt weer voedsel voor andere carnivore vogels of zoogdieren.

Wanneer al deze relaties tussen soorten worden voorgesteld in een tekening resulteert dit meestal in een wirwar van pijlen. Hoe diverser het biotoop, hoe meer pijlen er aanwezig zijn in zo’n zogenaamd voedselweb van eten en gegeten worden.

Hoe meer soorten planten er voorkomen, hoe meer voedsel er aanwezig is voor plantenetende herbivoren, die op hun beurt het voedsel vormen voor carnivore of vleesetende dieren. Hoe diverser het aanbod aan planten, hoe diverser de diersoorten die er kunnen voorkomen!

Een hoge diversiteit aan bodemdiertjes is de sleutel tot een gezonde bodem

Belangrijk in dit voedselweb zijn ook alle organismen die zorgen voor de recyclage van het ‘afval’. Dat kan plantaardig of dierlijk afval zijn. Dierlijk afval zijn o.a. de restanten van dieren die dood gaan. Plantaardig afval is het zogenaamde ‘strooisel’ dat wordt geproduceerd in een biotoop (zie links op bovenstaande figuur). Strooisel zijn plantendelen als blaadjes, takken, fruit, zaden, … die gedurende het ganse jaar en vooral tijdens de herfst op de grond vallen. Al dit afval wordt in een gezonde bodem vakkundig afgebroken door een heel peloton aan organismen die hierin gespecialiseerd zijn, de zogenaamde detrivoren. Zij leven in of op de bodem, en indien bovengronds, liefst in een laag bladeren.

Detrivoren zijn diersoorten als duizendpoten, regenwormen en pissebedden.  Ze bijten strooisel in kleinere stukjes om op te kunnen eten, of eten het in hun geheel op om vervolgens de restanten ervan uit te scheiden via hun uitwerpselen. En dan komt een heel andere groep van detrivoren in actie: de bacteriën en schimmels. Zij zorgen voor de finale omzetting van al dit ‘voorverteerd’ materiaal tot humus en voedingsstoffen. Humus zorgt voor een betere structuur en vochthuishouding van de bodem. Voedingsstoffen die vrijkomen kunnen worden opgenomen door planten. Een diversiteit aan detrivoren zorgt zo voor een bodem met veel humus en een bodem met een snelle kringloop van voedingsstoffen. En dat is volgens ons de basis van een gezonde bodem.

De bodem kan enorme dichtheden van organismen bevatten die op de een of andere manier betrokken zijn bij de afbraak van het afval dat in een voedselweb geproduceerd wordt. Het gaat hierbij zowel om kleine bodemdieren als om nog kleinere micro-organismen. Ze leven samen in een complex bodemvoedselweb met tal van interacties. De meeste van deze diertjes zijn weinig mobiel. Daardoor herstellen ze zich vaak erg moeilijker van verstoringen. Het is dan ook erg belangrijk om zorg voor ze te dragen. We beschrijven hier in vijf belangrijke vereisten hoe je dat kan doen.

In een gezonde bodem groeit een diversiteit aan plantensoorten

Een diversiteit aan plantensoorten zorgt voor een goede doorworteling van de bodem. Elke plantensoort heeft zijn eigen typische wortelgestel. Sommige wortelen oppervlakkig en hebben eerder horizontale wortels, andere wortelen dieper en hebben meer verticale wortels, nog andere soorten wortelen zowel verticaal als horizontaal. Een mix van soorten is een garantie voor een mix van wortels en zo voor een goede ‘ontsluiting’ van de bodem.

Dat heeft zo zijn voordelen. Een goede ontsluiting van de bodem maakt dat water en voedingsstoffen die in de bodem aanwezig zijn betere benut worden. Heb je enkel oppervlakkige wortels dan blijft al het water en voedingsstoffen uit de diepere lagen onbenut. Een goede ontsluiting van de bodem zorgt ook voor meer organisch materiaal op verschillende bodemdieptes. Wortels sterven immers continu af (en groeien ook continu bij) en produceren zo veel plantaardig afval dat kan benut worden door bodemdiertjes. Al dit organisch materiaal wordt uiteindelijk omgezet in voedingsstoffen en humus, en die humus zorgt voor extra opslag van koolstof.

Gebruik dus geen eenjarige perkplantjes die enkel oppervlakkig wortelen (en bovendien veel water nodig hebben in droge periodes), maar meerjarige vaste planten met wortels die elk jaar sterker kunnen worden en zich over de hele bodem kunnen uitbreiden. Kies daarbij ook voor (neo)-inheemse soorten.

Verschillende plantensoorten trekken ook verschillende types bodemorganismen aan. Elke plantensoort heeft naast een ander worteltype ook een eigen manier om voedingsstoffen uit de bodem vrij te maken of om andere micro-organismen aan te trekken. Daarvoor scheiden ze verschillende stoffen uit zoals aminozuren en enzymes uit.

Plantenborder langsheen de vijverrand met een mix van (neo-)inheemse soorten en cultivars van inheemse soorten: van links naar rechts kattenkruid (Nepeta racemosa, afkomstig uit Kaukakus, dus een randgeval qua neo-inheems-zijn, maar wel een geweldige nectarplant met lange bloei!), echte valeriaan (Valeriana officinalis), grote kattenstaart (Lythrum salicaria), vooraan rechts een cultivar van duizendblad (Achillea millefolium ‘Cerise Queen’), achteraan op de foto staat ook nog wilde marjolein (Origanum vulgaris). Het geheel trekt tal van insecten aan. De planten wortelen op verschillende dieptes, waardoor het vocht en de nutriënten in de bodem optimaal worden benut. Wortels sterven ook continue af, en groeien continu bij. Afgestorven wortels zorgen dat op alle dieptes organisch materiaal en dus koolstof wordt opgeslagen in de bodem. Foto: An De Schrijver

Een gezonde bodem bevat veel organisch materiaal

Organisch materiaal in de bodem komt er dus eerst en vooral door de wortels van de planten. Maar ook van bovenaf kan organisch materiaal zonder menselijke actie in de bodem worden gebracht. De zogenaamde ‘rode’, of meer wetenschappelijk de ‘anekische’ regenwormen trekken bladmateriaal van op de bodem in de grond om het daar op te eten. De restanten worden dan verorberd door andere soorten wormen.

Fijne takjes en bladeren zijn een belangrijke bron van organisch materiaal in de bodem. Laat ze dan ook liggen tussen vaste planten, struiken of bomen. Bodemdiertjes gaan er graag hun gang mee. Niet alle materiaal wordt door regenwormen in de bodem getrokken, ook andere diertjes als pissebedden en duizendpoten gaan ermee aan de slag om ze te verkleinen en zo beschikbaar te maken voor nog kleinere organismen als bacteriën en schimmels. Zij verwerken ze tot nieuwe voedingsstoffen en humus.

Al deze activiteiten van bodemdiertjes zorgen voor meer humus in de bodem, en ook voor meer gangetjes en dus een betere doorluchting van de bodem. Dat maakt dat plantenwortels dan weer beter in de bodem kunnen doordringen, en zo opnieuw meer organisch materiaal in de bodem wordt ingebracht. Een betere structuur zorgt ook dat water beter kan in de bodem dringen, en niet bovenop blijft staan bij hevige regenbuien. Hoe meer humus in de bodem, hoe beter vocht ook kan worden vastgehouden voor drogere periodes.

Ruwe pissebedden zijn veel voorkomende diertjes in de strooisellaag. Het zijn geen insecten want ze hebben veertien pootjes, ze behoren net als kreeften en krabben tot de schaaldieren. Ze eten rottend hout en bladeren, en spelen een belangrijke rol in het recycleren van nutriënten. Foto: VILDA – Jeroen Mentens

Een gezonde bodem stuurt zichzelf zonder input van pesticiden of kunstmeststoffen

Het gebruik van pesticiden (dit zijn zowel herbiciden tegen onkruiden, insecticiden tegen insecten en fungiciden tegen schimmels) hebben niet alleen een rechtstreeks effect op de organismen waartegen ze bedoeld zijn. Ze hebben meestal ook onrechtstreekse effecten op andere bewoners van de tuin, onder andere op het bodemleven. Over het algemeen hebben vaste planten, struiken en bomen weinig te lijden van plaaginsecten wanneer ze op de voor hen geschikte plaats staan. En we moeten ons misschien ook afvragen of het wel zo erg is als er eens een plantje wordt aangevreten door een rups waar dan later een mooie dag- of nachtvlinder uitkomt. Door het verdelgen van bijvoorbeeld rupsen of bladluizen zorg je ook dat er geen voedsel meer aanwezig is in de tuin voor soorten die hiervan leven. Bedenk dat je zo geen lieveheersbeestjes, gaasvliegen, pimpelmezen of koolmezen aantrekt. Vaak is het belangrijk om gewoon de kat uit de boom te kijken en de natuur zijn gang te laten gaan. Het ingrijpen op één soort, heeft namelijk effecten op andere, en de producten in de handel zijn blijven vaak een tijdlang in de bodem (ze worden maar moeilijk afgebroken).

Ook bemesten met kunstmest is niet nodig. Is er voldoende organisch materiaal en een rijk bodemleven dan komen de voedingsstoffen vanzelf. Voor bloemrijke graslanden is bemesting zelfs heel negatief. Een soortenrijk bloemrijk graslandje gaat door bemesting net soortenarmer worden. Belangrijk om te beseffen is dat 1 maal bemesten genoeg kan zijn om lange tijd in de problemen te komen. Reden genoeg om de zak kunstmest of aanhangwagen stalmest te laten voor wat die is. Ook compost bevat voedingsstoffen en kan de bodem aanrijken. Op de plaatsen waar je streeft naar natuurlijke biotopen zoals bloemrijk grasland of biodiverse gazons gebruik je dus best ook geen compost. In een moestuin is het natuurlijk een ander verhaal. Daar is het gebruik van compost zeker aan te bevelen, alhoewel hier ook met mate moet worden gewerkt want vele moestuintjes in Vlaanderen lijken overbemest.

Plaaginsecten kan je vaak ook met andere truukjes weren dan met pesticiden. In een biodiverse tuin met een complex voedselweb zou je er niet veel last van mogen hebben. Sommige insecten kan je bovendien ook nog weghouden door gewassen af te dekken. Foto Yves Adams via Vildaphoto

Een gezonde bodem verdient ook zijn rust

Een gezonde bodem wordt best zo weinig mogelijk bewerkt, of indien het echt moet zo oppervlakkig mogelijk. Bij elke bodembewerking verstoor je het organisch materiaal en het bodemleven. Ploegen of spitten zorgt dat al het organisch materiaal dat bovenaan aanwezig is zich plots veel dieper bevindt. Ook wat bovenaan aan bodemleven aanwezig was, komt zo plots zo’n 20 cm of dieper onder de grond te zitten. Dus bacteriën, schimmels en bodemdiertjes die bovenaan in de bodem druk bezig zijn het organisch materiaal af te breken worden zo samen met het organisch materiaal plots in een totaal andere omgeving gebracht. Dieper in de bodem is minder zuurstof, licht en is het kouder. Omstandigheden die voor vele van deze soorten niet ideaal zijn. Ze zijn weinig mobiel en sterven dan ook af. Ploegen of spitten zorgt ook voor het verstoren van het gangenstelsel van regenwormen. Ze moeten na een spitbeurt helemaal opnieuw beginnen met het bouwen van gangen en verliezen zo veel energie die ze nuttiger kunnen besteden.

Een gezonde bodem ligt liefst onder een dekbed van organisch materiaal

Een blote en vaak aangeharkte bodem is veel gevoeliger aan verlies van vocht in droge periodes en aan erosie in vochtige periodes. Houdt de bodem bedekt met organisch materiaal. Dat heet het mulchen van de bodem. Takjes, bladeren zijn erg geschikt daarvoor. Een bedekte bodem verdampt minder water waardoor het beschikbaar blijft voor de planten.  Regen zorgt ook voor minder opspattende bodem, waardoor de bodem minder verslempt en zijn structuur behoudt. Zelf hebben we ook zonnecréme nodig bij felle zonneschijn en dragen we sjaals bij extreem weer. Om de bodem te bedekken hoef je zeker geen dure zakken schors of xxx aan te schaffen. Bladeren en takjes uit eigen tuin zijn ideaal! Geen gesleur meer dus om je eigen materiaal uit de tuin af te voeren en ander duur materiaal aan te voeren. Een tuin met blaadjes en takjes ipv duur schors is even mooi!

Deze sneeuwklokjes bloeien op een beschut plekje in een biodiverse tuin waarin blaadjes en takjes gewoon hun plekje krijgen tussen de planten. Mooi toch? Foto: Stefanie Delarue
Vorige Volgende